Iedereen hield z'n adem in.
Ik was twaalf jaar toen de oorlog begon (mei 1940).
Wij woonden op de Wolphaertsbocht. Ik zag de eerste vliegtuigen boven vliegveld Waalhaven
en hoorde het.dreumen van de bommen. Op 14 mei zag ik Rotterdam branden, we stonden
bij de Maas, bij de ingang van de fiets-/voetgangerstunnel.
Het loeien van de vlammen was zo angstaanjagend dat ik nu nog angst voor vuur heb.
Door de jaren heen is er veel gebeurd, maar een herinnering heeft de meeste indruk
op mij gemaakt.
Vijf jaar later was eind april, begin mei prachtig weer, maar doodstil op straat,
verkeer was er niet. Het leek wel of iedereen z'n adem inhield, want die en gene
luisterde naar een verborgen radio, dus men wist “er gaat wat gebeuren”. Op de avond
van de 4e mei ging het van mond-tot mond: “de oorlog is over, we zijn vrij!”. Het
eerste dat men deed was de verduistering slopen en op het middenpad gooien. U begrijpt,
in no time lag er een flinke berg en toen de fik erin. Wat een vreugde vuur, er werd
gehuild en gelachen. Met een stel vrienden klommen we op een legervrachtauto. Waar
we heen reden weet ik niet meer. Wel dat we ergens in Kralingen uitkwamen en we terugliepen
door de tunnelbuis. Het was inmiddels elf uur, mijn moeder stond me achter de deur
op te wachten, hevig verontrust: "kind, waar was je toch?" Maar ze begreep best de
ontlading, we hadden met dezelfde groep afgesproken: morgenochtend om elf uur naar
de Boergoensestraat, daar gaan we verder feesten. Maar toen we de andere morgen op
weg gingen, liep ik door de Karel de Stoutestraat en daar lagen drie mannen, neergeschoten.
De vlag, die uithing bij tandarts Harmsma was doorzeefd met kogels. Ik liep met lood
in de schoenen naar de Boergoensestraat en daar lagen ook dode mensen. Wij keken
elkaar even aan en zijn snel naar huis gegaan. Ons feest was over! Ik denk er nog
vaak aan terug, zeker in deze tijd. Onze kinderen vroegen ons ernaar en houden nu
op 4 mei wel degelijk rekening met twee minuten stilte en vlaggen.